Ik hoor het hem nog zeggen. Zo bijzonder! Want als er iemand rituelen heeft, dan is hij het wel. Zijn dagen zitten er vol mee. Een wekker zetten hoeft hij niet. Standaard staat hij om tien over zeven op. Waarom die tijd? Geen idee. Hij doet dit al zo’n vijftien jaar. Voorheen begon zijn dag vroeger. Er waren zelfs jaren dat zijn wekker al om vier uur ’s morgens ging. Seizoensgebonden. Met de roeiboot en een stapel brood voer hij dan naar zijn land om vervolgens einde dag om precies zes uur thuis te komen.

Koffietijd, theetijd, altijd precies hetzelfde moment en precies een half uur. Twee kopjes koffie met een biscuitje en twee kopjes thee met een snoepje. Wanneer hij op zijn land vertoefde, kwam er een appeltje bij. Geschild met zijn zakmes. Standaard mee in zijn broekzak. Net zoals de rode boerenzakdoek. Zo telden er vijf dagen van zijn week.

Afhankelijk van het seizoen, werd de zaterdag ook zo ingericht. Zo niet, dan werd het een zogenaamde werk-bij-huis-dag. Alleen de taken weken dan iets af. Verder niet. Alles in hetzelfde gestage tempo. En eigenlijk gaat het nu nog zo. Zij het met halve ‘werkdagen’, een aangepast ritme.
Zondag is de breek in de week. De rustdag, vaste prik!

De periode die ik hierboven beschrijf, beslaat maar liefst vijfenzestig jaar! Onophoudelijk, zonder uitval, zonder vakanties. En nog trekt hij bijna dagelijks zijn werkkleding aan.
In zijn vrije uurtjes brengt de iPad hem tegenwoordig vertier. Daar leest hij de krant op. Geen dag zonder. De sudoku’s uit dit bulletin houdt hij ook bij. Die moéten ingevuld. En dat is er nog het journaal. Zijn ijkpunt op tv. Al zolang dit apparaat in de huiskamer staat.

Bewijzen is een ding, maar ‘ritueel’ begint niet voor niets met een ‘r’. Want kwaad kan de ‘rust, rein en regelmaat’ van deze man niet. Mijn vader redt het er al 92 jaar mee!